Tussen zoete droom en klamme nachtmerrie

Café Müller, Das Frühlingsoper

Tanztheater Wuppertal, Radio Filharmonisch Orkest

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Met haar onmiskenbaar eigen ('Bauschiaanse') stempel heeft zij de afgelopen decennia het danstheater tot ver over de Duitse grenzen wezenlijk beïnvloed.

Programma

Café Müller  - Pina Bausch, Henri Purcell

Das Frühlingsopfer – Pina Bausch, Igor Stravinsky

Das Fühlingsopfer (1975), Pina Bausch’ versie van Le Sacre du Printemps, houdt zich aan de originele volgorde van de scènes, zonder echt te verwijzen naar het heidense Rusland. Haar 'Sacre' speelt binnen een niet nader gedefinieerde moderne maatschappij. De strijd tussen de seksen komt hier niet in de eerste plaats voort uit het ritueel van de verheerlijking van de aarde; de scheiding is al een feit en uitgangspunt voor de handeling. Café Müller uit 1978, een soort ‘samenvatting van haar werk tot dan toe, is één van Bausch’ meest persoonlijke subjectieve werken. Het gaat over eenzaamheid, vervreemding en communicatieproblemen binnen relaties. Café Müller is het enige stuk waarin Pina Bausch nog regelmatig zelf op het toneel te zien is.

Pina Bausch, al sinds 1973 leider van het Tanztheater Wuppertal, ontwikkelde halverwege de jaren zeventig een stijl waarbij steeds minder gedanst maar des te meer bewogen werd, waarbij het element van de herhaling (totdat uitputting nabij is) een belangrijke rol speelde, en die een hallucinerende kracht had. Bausch heeft sinds die tijd tal van thema's geïntroduceerd, maar de onderliggende problematiek is toch steeds die van de man-vrouw relatie, van de verhouding tussen de seksen, van de verborgen lusten en angsten die de mensen kwellen. Zoals een criticus heeft gezegd: 'De stukken van Pina Bausch zijn afwisselend een zoete droom en een klamme nachtmerrie.' Het Holland Festival brengt vijf van Bausch' choreografieën.

CREDITS

uitvoering
Tanztheater Wuppertal
choreografie
Pina Bausch
muziek
Henri Purcell, Igor Stravinsky
uitvoering
Radio Filharmonisch Orkest
dirigent
Edo de Waart
decor, kostuums
Rolf Borzik