Beethoven en Schnittke

Johan Wagenaar, Sergej Prokofjev, Alfred Schnittke, Koninklijk Concertgebouworkest

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Alfred Schnittke schreef vorig jaar zijn Concerto grosso nr. 4-Symfonie 5 in opdracht van het honderdjarige Koninklijk Concertgebouworkest. Schnittke verwerkt de laatste jaren verschillende stijlen in zijn composities, variërend van jazz- tot romantische muziek. Zo wordt in deze compositie een deel uit Gustav Mahlers onvoltooide Pianokwartet uit 1876 geciteerd- een betekenisvol citaat, gezien de geschiedenis van het Concertgebouw.
Naast de tweede uitvoering van Schnittkes Concerto grosso 4-Symfonie 5 zal in dit concert ook Sergej Prokofjevs Vioolconcert nr 2 en de ouverturen Cyrano de Bergeraci van Johan Wagenaar worden uitgevoerd. Met Prokofjevs Vioolconcert nr 2 zal Isabelle van Keulen voor het eerst in het Holland Festival optreden. In 1980 won ze op 13-jarige leeftijd de eerste prijs op de Iordens Viooldagen in Den Haag, in 1983 de tweede prijs en de publieksprijs van het Yehudi Menuhin concours en internationaal zou ze doorbreken in 1984 met de eerste prijs tijdens het Eurovisie concours voor jonge musici in Genève. Ondanks haar jeugdige leeftijd heeft ze een zeer gevarieerd repertoire en speelde samen met musici als Gidon Kremer en Nelson Freire.

Programma

Johan Wagenaar (1862-1941) – Ouverture ‘Cyrano de Bergerac’, op. 23 (1905)

 

Sergej Prokofjev (1891-1953) – Tweede concert in g kl.t., op. 63 (1935)
voor viool en orkest

 

Sergej Prokofjev (1891-1953) – Allegro moderato
Andante assai
Allegretto
Andante assai
Allegro ben marcato

 

Pauze

 

Alfred Schnittke (1934) – Concerto grosso nr 4/Symfonie nr 5 (1988)
Allegro
Allegretto
Lento
Allegro
Lento

Achtergrondinformatie

Wagenaar – Ouverture Cyrano de Bergerac
Johan Wagenaar heeft aan zijn in 1905 gecomponeerde Ouverture Cyrano de Bergerac, die geïnspireerd is door de hoofdfiguur in Rostands heroïsche komedie, de volgende verklarende notities toegevoegd: 'De zeven karakteristieke thema's - heldenmoed, liefde, poëzie, blijmoedigheid, ridderlijkheid, humor en satire dienen louter als aanduiding zonder meer en schijnen niet bedoeld als uitgebreide schilderingen. Overigens, men kent de geschiedenis van Cyrano, de in 1619 geboren Parijzenaar, die als soldenier deel uitmaakte van het Gasconse regiment van Carbon de Castel-Jaloux en een volgeling is geweest van onder anderen Descartes. Zijn fantasie en zijn groteske aanleg trokken Rostand aan: zijn verschijning, bijzonder opmerkelijk door zijn karakteristieke grote neus, wekte reeds aanstonds de lachlust zijner omstanders. Zijn heroïsche vitaliteit leek onsterfelijk en was voor de dichter een even aantrekkelijke als onuitputtelijke bron van ingeving. Cyrano, de romantische fantast, blakend van liefde voor zijn nicht Roxane, treedt nochtans op als pleitbezorger voor de slappe Christian, de door Roxane aanbeden minnaar. Cyrano inspireert Christians liefdesverklaringen. Cyrano schrijft Christians liefdesbrieven, Cyrano troost Christian na diens verwonding met Roxanes liefde. En in zelfopoffering ziet Cyrano na veertien jaar af van enige liefdesbekentenis, ten einde Roxanes vredesstemming niet te verstoren. Cyrano is de personificatie van de altruïstische idee en Edmond Rostand tekende haar met ongeëvenaarde dichterlijkheid als kostbaar document voor het nageslacht.'

 

Prokofjev – Tweede vioolconcert
Als een kunstenaar zich nooit onbegrepen voelde, maakte hij geen enkel kunstwerk. Eens en voor al had Prokofjevs muziek een etiket opgeplakt gekregen: strak van ritme en veelal ironisch of zelfs sarcastisch. En dat terwijl vrijwel gelijk met zijn Klassieke symfonie zijn Eerste vioolconcert ontstond, vol met lyrische invallen. Van bijna twintig jaar later dateert zijn Tweede vioolconcert, virtuozer maar ook lyrischer. Zonder enige ondersteuning zet de solist in met het hoofdthema in g-mineur, de c verhoogd tot cis. Dit thema, dat prachtig uitkomt in de lage strijkers, leent zich uitstekend voor een canonische behandeling. Het heet met evenveel recht hoofdthema, als het tweede thema zangthema heet. De solist maakt sprankelende begeleidingsfiguren terwijl de kern van beide thema's elders in het orkest wordt gehoord – wat een mooie dingen gebeuren er bij de blazers en hoog in de strijkers –, dan weer trekt de solist zelf de contouren van de muzikale lijn. Het pièce de résistance is het tweede deel, dat ongeveer net zo lang duurt als het eerste. De pizzicato begeleiding van de strijkers krijgt een aparte klank doordat de klarinetten staccato meespelen. De solist zingt zijn heerlijke melodie vrijuit in de hoogte; een fraaie tegenstem voegt zich hierbij. De vorm is driedelig: na een middengedeelte, Allegretto, komt het Andante assai terug in een rijkere orkestratie. Een virtuoos rondothema opent de vrij korte finale. De lyriek, zo overvloedig aanwezig in het voorgaande, verdwijnt naar de achtergrond. Met het geklepper van castagnetten is de ironie weer present voor even, te kort om een stempel op het hele werk te drukken. Wat een overrompelende, heerlijke muziek!

 

Alexander Jansen

 

Schnittke – Concerto grosso nr 4/Symfonie nr 5
De in 1934 in Engels aan de Wolga geboren en in Moskou wonende Alfred Schnittke behoort tot de weinige moderne componisten die naam hebben gemaakt bij een breed publiek. Voor een deel heeft Schnittke deze brede bekendheid te danken aan de befaamde violist Gidon Kremer, die een aantal van Schnittkes composities in zijn repertoire heeft opgenomen. Voorts bezit zijn muziek zelf een bijzondere eigenschap die een brede waardering gemakkelijker heeft gemaakt. Schnittke combineert namelijk twintigste-eeuwse compositietechnieken, waar de gemiddelde concertbezoeker dikwijls nog vreemd tegenover staat, met alom bekende traditionele elementen. Hij heeft zijn werk daarom eens getypeerd als een eigentijds commentaar op de muziekgeschiedenis. Het gevolg van Schnittkes dualistische benadering is een groot en vaak verrassend verschil in stijlen in zijn composities. Zijn nieuwste werk Vierde Concerto grosso - Vijfde symfonie dat hij in opdracht van het Concertgebouworkest voor het honderdjarig bestaan heeft geschreven, bestaat uit vier delen. Het eerste deel vertoont Concerto grosso-elementen. Het tweede deel is een Quasi scherzo waarin driemaal een (mislukte) toenaderingspoging tot Mahler wordt ondernomen die ten slotte uitmondt in een origineel Scherzofragment van Mahler voor een pianokwartet uit 1876. Het derde, meest symfonische deel, heeft een langzame inleiding, die zonder duidelijke overgang in een Allegro overgaat. Een korte Finale (Lento) besluit het werk.

Biografieën

Riccardo Chailly studeerde aanvankelijk compositie bij o.a. zijn vader Luciano Chailly. Zijn directie-opleiding ontving hij aan het conservatorium van Perugia bij Piero Guarino en later bij Franco Caracciolo en bij Franco Ferrara. Hij maakte in korte tijd grote naam als operadirigent in Italië en vervolgens ook in het buitenland, waar hij optrad aan o.m. de Metropolitan Opera, Covent Garden en de Wiener Staatsoper. Ook als orkestdirigent kreeg hij bekendheid in de Verenigde Staten en Europa. Met ingang van 1982/83 werd hij benoemd tot chefdirigent van het Radio-Sinfonie-Orchester Berlin en m.i.v. 1986/87 nam hij de functie van 'direttore musicale' op zich van het operahuis Teatro Comunale di Bologna. Sinds september jl. is hij chef-dirigent van het Concertgebouworkest.

 

Isabelle van Keulen ontving op zesjarige leeftijd de eerste vioollessen en trad op haar tiende voor het eerst op als soliste met orkest. Tegelijkertijd met haar gymnasiumopleiding studeerde zij aan het Sweelinck Conservatorium bij Davina van Wely. Na het winnen van verscheidene internationale concoursen, waaronder in 1984 het Eurovisie-concours Young musician of the year, volgden vele uitnodigingen voor optredens met prominente orkesten in binnen- en buitenland. Daarnaast geeft zij recitals. Zij volgde diverse meestercursussen en kamermuziekcursussen en werkte in 1985 en 1986 op uitnodiging van Gidon Kremer mee aan het kamermuziekfestival in Lockenhaus. Thans studeert zij bij Sándor Végh aan het Mozarteum in Salzburg. Zij maakte diverse grammofoonopnamen. In maart 1988 trad zij voor het eerst op met het Concertgebouworkest, ditmaal maakt zij haar debuut in het Holland Festival.

CREDITS

muziek
Johan Wagenaar, Sergej Prokofjev, Alfred Schnittke
uitvoering
Koninklijk Concertgebouworkest
dirigent
Riccardo Chailly
viool
Isabelle van Keulen
viool
Jaap van Zweden
hobo
Jan Spronk
klavecimbel
Jan Knijff