Webern, Berg, Schönberg

Schönberg Ensemble

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Het Schönberg Ensemble onder leiding van Reinbert de Leeuw heeft de drie belangrijkste vertegenwoordigers van de Tweede Weense School op het programma staan: Schönberg, Berg en Webern. In de loop der jaren heeft het Schönberg Ensemble een aanzienlijke reputatie weten op te bouwen als een van de belangrijkste ensembles voor dit vaak als zo ontoegankelijk gekenschetste repertoire. Solistische medewerking wordt verleend door Arleen Augér, die reeds door alle leidende operahuizen ter wereld – zoals de Scala van Millaan en de Metropolitan Opera in New York – werd geëngageerd.

Programma

I: Anton Webern (1883-1945) - Passacaglia opus 1 (1908)
Bewerkt door Reinbert de Leeuw (1986)
voor fluit, hobo, klarinet, piano, harmonium en strijkkwintet

II: Alban Berg (1885-1935) - Sieben frühe Lieder (1905-1908)
Bewerking van Reinbert de Leeuw (1985)
voor zangstem, fluit, klarinet, piano, harmonium en strijkkwintet
Nacht (1908)
Schilflied (1908)
Die Nachtigall (1907)
Traumgekrönt (1907)
Im Zimmer (1905)
Liebesode (1906)
Sommertage (1908)

III: Anton Webern - Sechs Stücke für Orchester opus 6 (1909)
Etwas bewegte Achtel
Bewegt
Zart Bewegt
Langsam, Marcia Funebre
Sehr Langsam
Zart bewegt
Bewerkt door Anton Webern
voor fluit, hobo, klarinet/es-klarinet, strijkkwartet, contrabas, slagwerk, piano en harmonium

pauze

IV: Alban Berg - Fünf Orkestlieder nach Ansichtkarten-Texten von Peter Altenberg opus 4 (1912)
Bewerkt door Diderik Wagenaar (1985)
voor zangstem, fluit/piccolo, hobo, klarinet, fagot, hoorn, harmonium, piano, strijkkwartet

V: Arnold Schönberg - Kammersymphonie opus 9 voor 15 solo-instrumenten (1906)
fluit, piccolo, hobo, althobo, D-klarinet, klarinet, basklarinet, fagot, contrafagot, 2 hoorns, strijkkwintet

Biografieën

Het Schönberg Ensemble en het Schönberg Kwartet hebben vroege werken van de drie belangrijke vertegenwoordigers van de Tweede Weense School op het programma staan.
De Tweede Weense School omvat in enge zin het drietal Schönberg (1874-1951), Webern (1833-1945) en Berg (1885-1935); in ruimere zin kan men er ook geestverwanten als Hauer toe rekenen. Als principieel begin kan Schönbergs Harmonielehre van 1911 worden aangemerkt. Vervolgens zou Schönberg met de ontwikkeling van de theorie van het twaalftoonssysteem voor een keerpunt in de ontwikkeling van de muziek zorgen.

Op Bergs Altenberg Zieder uit 1912 na dateren de werken die op programma's staan van vóór Harmonielehre. Schönberg en zijn leerlingen schreven toen nog in een stijl die als overgang te beschouwen is van de late romantiek van Mahler (die in deze tijd nog leefde en intensieve omgang had met de verschillende leden van de Tweede Weense School; Mahler stierf in 1911) naar het expressionisme.
Uiteraard waren er al eerder voortekenen die wezen op hetgeen komen ging. Onder meer Wagner (1811- 1883), Mahler en Debussy (1862-1918) hadden in de voorgaande periode de grenzen van het traditionele muzikale ordeningsprincipe verkend en Schönberg en zijn briljantste leerlingen Berg en Webern waren al enige tijd op de ingeslagen weg doorgegaan.

CREDITS

dirigent
Reinbert de Leeuw
sopraan
Arleen Augér
uitvoering
Schönberg kwartet
viool
Janneke van der Meer
viool
Wim de Jong
altviool
Henk Guittart
violoncello
Hans Woudenberg