Toneelstuk in vier bedrijven

Drie Zusters

Anton Tsjechov, Katona József Színház

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Een ontroerende, subliem geacteerde en sobere voorstelling van Tsjechov’s De Drie Zusters, gespeeld door het Hongaarse gezelschap Katona József Színház. Deze productie boekte op diverse festivals in West-Europa stormachtige successen. Dit gezelschap wordt beschouwd als de nieuwe Schaubühne Berlin en volgt de lijn van de reeds een aantal jaren heersende Hongaarse liberalisering.

Achtergrondinformatie

Uit Theater Heute: "Europa's nieuwste theaterwonder komt uit Hongarije en heet Katona József-Theater. Tot op heden in het Westen totaal onbekend, krijgt het Boedapester toneel plotseling overal de aandacht; het groeiende aantal uitnodigingen om elders te komen spelen is het bewijs daarvan. En waar men ook optreedt, waar er ook maar over dit gezelschap geschreven wordt, voelt men verbazing, wordt een spoor van verbijsterde theaterbezoekers achtergelaten: hoe is het mogelijk dat daar volkomen onopgemerkt, zonder dat iemand het in de gaten had, een theatergezelschap ontstaan is, dat de belangrijke Franse krant Libération al met de Berlijnse Schaubühne en met het Milaanse Piccolo-theater vergeleken heeft."
Aan het begin van de jaren zeventig werden twee provincietheaters toebedeeld aan twee veelbelovende regisseurs, zojuist van de theaterschool gekomen: Gábor Zsámbéki en Gábor Székely. Ofschoon Boedapest van oudsher hét theatercentrum van Hongarije is, zagen de hoofdstedelijke theaterminnaars zich plotseling genoodzaakt naar de provincie af te reizen, als ze werkelijk belangwekkend toneel wilden zien.
In 1978 werden Zsámbéki en Székely uitgenodigd samen de leiding van het in het slop geraakte Nationaal Toneel over te nemen. Helaas bleek het Nationaal Toneel slechts in
naam veranderd te zijn, de structuur was dezelfde als voorheen.
In 1982 vertrokken Zsámbéki en Székely naar het Katona József Theater, tot dan toe een kleine dependance van het Nationaal Toneel. Al spoedig viel het besluit om het theater artistiek en organisatorisch te verzelfstandigen. Het Nationaal Toneel verloor inmiddels nog meer aan artistieke betekenis omdat diverse acteurs Zsámbéki en Székely waren gevolgd. Daarna kregen ook de oude getrouwen uit hun twee voormalige theaters in de provincie de kans zich bij het gezelschap te voegen. Het ensemble kreeg bovendien versterking van enkele andere topacteurs zoals éminences grise Tamas Major en de grand old lady Hilda Gobbi. Het èchte Nationaal Toneel was geboren onder de naam Katona József.

De kracht van het Katona József-Theater schuilt in de enorme vakbeheersing van de acteurs en in het het ensemblespel. "Een actrice als Juli Basti (die in Drie zusters meespeelt) zou als ze in Londen in plaats van in Boedapest zou spelen allang wereldberoemd zijn," aldus Renate Klett in Theater Heute. Over Drie zusters schreef de Hongaarse Magyar Hirlap: 'Het opvallendste van deze voorstelling is de totale identificatie van iedere acteur met zijn rol. Er is geen enkele 'vervreemding', alles aan deze Drie zusters is realistisch, waarheidsgetrouw, doorleefd. Elke figuur uit het stuk beleeft zijn eigen tragedie, en de regisseur ziet zowel af van een stellingname als van de mogelijkheid tot karikatuur.' Het Katona József Theater is dus als acteurstheater te beschouwen. Toch zijn het wel degelijk de regisseurs die het gezicht van het gezelschap bepalen. Naast Székely en Zsámbéki vervulde regisseur Támas Aseher een prominente rol.

Drie zusters is ongetwijfeld de meest succesvolle productie van dit gezelschap. In 1986 werd deze productie door het Hongaarse publiek en de Hongaarse toneelcritici tot voorstelling van het jaar uitgeroepen. In 1987 leidde Drie zusters tijdens 'Theater der Welt 87' in Stuttgart tot een sensatie. Aseher gaf het stuk weer als een verzinnebeelding van voorbijgegane en verloren tijd. De voorstelling vangt gedempt aan op geanimeerde conversatietoon en eindigt bitter in een indrukwekkend pandemonium van katatonische zielsverkilling.
'Een slot zo brutaal en niets ontziend dat men niet onaangeroerd kan blijven ... en die elke taalbarrière doen vergeten. De voorstelling laat het verhaal messcherp en zonneklaar zien. Zo onverbiddelijk heb ik het nog nooit gezien. Er blijft geen sprankje hoop of utopie over, van het argeloze begin tot het uitzichtloze slot sleurt het stuk de personages mee in zijn val waaraan geen eind lijkt te komen, en deze val is onontkoombaar en onafwendbaar ...Theater als een fragment leven, samengeperst en aangescherpt, Tsjechov als schrijver van nu, modern en met meer geldingskracht dan alle anderen.' (Theater Heute)

Biografieën

Tamás Aseher werd in 1949 geboren en studeerde in 1973 af aan de Hongaarse theateracademie. Van 1973 tot 1978 werkte hij in Kaposvár, samen met Zsámbéki, de huidige artistiek leider van het Katona József-theater, die toen artistiek leider was in Kaposvár. In 1978 ging hij met Zsámbéki mee naar het Nationaal Toneel in Boedapest, om tezamen met hem en Székely in 1980 het Nationaal Toneel weer te ver­ laten. Sinds 1981 is Aseher artistiek leider van het theater te Kaposvár. Een van zijn geregelde optredens als gastregisseur bij het Katona Jószef Theater, resulteerde in Drie Zusters. Naast toneel heeft hij opera geregisseerd, onder meer Mozarts Idomeneo aan de Hongaarse Staatsopera.

Anton Tsjechov leefde van 1860 tot 1904. Hij stamde uit een familie van lijfeigenen. Door noeste arbeid wist hij zich en zijn familie vrij te kopen. Naast schrijver was hij arts. De adellijke en rijke Tolstoj (1828-1910) was de eerste schrijver geweest die depressie en uitzichtloosheid tot literratuur verheven had. Tsjechov volgde hem. In tegenstelling tot Tolstoj kon Tsjechov zich echter niet permitteren de materiële voorwaarden van het menselijk bestaan te veronachtzamen. Dit verschil is in hun beider werk duidelijk herkenbaar maar evenals bij Tolstoi wordt Tsjechovs werk gekenmerkt door ruste­ loosheid, opperste gespannenheid en melancholie, want het bij de intellectuelen van zijn tijd in zwang zijnde pessimisme ging ook aan Tsjechov niet voorbij. In al zijn stukken treft men personages aan die deze levensvisie huldigen. Tsjechovs grote stukken zijn Platonov (jaren tachtig), Ivanov (1887), De bosgeest (1889), De meeuw (1896), Oom Wanja (1899), Drie zusters (1900) en De kersentuin (1903).
Tsjechov had een problematisch, maar literair productief huwelijk met de actrice Olga Knipper. Knipper heeft veel van Tsjechovs vrouwenrollen gespeeld en door haar sa­ menwerking met de regisseur Stanislavski, één van de invloedrijkste theatertheoretici van deze eeuw, in belangrijke mate het aanzien bepaald van het Tsjechov-spelen en ook van het toneel in het algemeen. In Nederland heeft Stanislavski's invloed via de regisseur Peter Sjarov tot een jarenlang gecultiveerde Tsjechov-stijl geleid ("Met geloken ogen sloegen de drie de blik ten hemel, zeggende 'Naar Moskou, naar Moskou, naar Moskou").

CREDITS

tekst
Anton Tsjechov
regie
Tamás Ascher
regie-assistente
Anikó Vajda
cast
Tamás Végvári (Prozorov), Dorottya Udvaros (Natasja), Erika Bodnár (Olga), Agi Szirtes (Irina), László Vadja (Koelygin), László Sinkó (Versjinin), János Bán (Toezenbach), Géza Básti (Soljonyj), József Horváth (Tsjeboetykin), Péter Blaskó (Fedotik), Frigyes Hollósi (Rode), Vilmos Kun (Ferapont), Matany Sandor Boske (Anfisa)
Hongaarse vertaling
Dezsö Kosztolányi
decor
István Szlávik
muzikale leiding
Zoltán Simon
kostuums
Györgyi Szakács
dramaturgie
Géza Fodor
zakelijke leiding
Gábor Székely
artistieke leiding
Gábor Zsámbéki
mede mogelijk gemaakt door
het Ministerie van WVC/Internationale Betrekkingen en het Hongaarse Ministerie van Onderwijs en Cultuur