Italiaanse concerten

La Vera Storia

Luciano Berio

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Het thema van La Vera Storia is het gegeven dat de waarheid meer dan één gezicht kent. Deze gedachte vormde voor de in 1985 overleden Italiaanse schrijver Italo Valvino de grondslag voor het libretto dat hij voor deze opera schreef. La Vera Storia is geen opera in de ware zin des woords. Het eerste deel bestaat uit een beknopte uiteenzetting van een geschiedenis, handelend over elementaire conflicten die door theatrale middelen tot uitdrukking worden gebracht. Het begint met en fragment uit het Il Trovatoreverhaal waarin de personages – twee elkaar bevechtende broers, Luca (tenor) en Ivo (bariton), een zigeunerin, Ada (mezzosopraan) en Leonora (sopraan) – aria’s, duetten en kwartetten zingen met als thema jaloezie, wraak en politieke onderdrukking. In het tweede deel wordt hetzelfde verhaal verteld, maar vanuit ene ander gezichtspunt, door een menigte die haar visie op dezelfde gebeurtenissen geeft. Berio heeft zich in dit muziekstuk bediend van enkele Brechtiaanse middelen zoals gebruik van ’populaire’ instrumenten als accordeon (op het toneel) en van de Italiaanse variété  vedette milva, die ter vervaging van de recitatieven met rauwe stem verklarende teksten zingt. Volgens Berio dienen de twee delen als een soort parodie op elkaar te worden beschouwd, waarbij de vraag rijst wat het ‘ware verhaal’ is, het eerste of het tweede.

Achtergrondinformatie

Het is niet eenvoudig om La vera storia (Het ware verhaal) te vertellen en volgens mij uiteindelijk ook niet zo zinvol, aangezien het om een werk gaat dat zichzelf vertelt. Eigenlijk heb ik altijd aan La vera storia gedacht als een theatraal muziekstuk waarvan je de grote lijnen bij de allereerste confrontatie moet kunnen begrijpen zoals je een boek begrijpt wanneer je het voor het eerst leest (vooropgesteld dat je iets weet van de schrijver). Of zoals je luistert naar iemand die een verhaal vertelt (vooropgesteld dat je iets weet van degene die het vertelt).
Ik zou deze regels dan ook niet eens geschreven hebben als ik niet bang was geweest om slecht begrepen of voor onbeleefd gehouden te worden.

La vera storia bestaat uit twee delen. Het eerste deel geeft op beknopte wijze een uiteenzetting van het verhaal; een scala van elementaire conflicten, die op de momenten waarin wordt gezongen- aria's, duetten, koren- met theatrale middelen tot uitdrukking worden gebracht.
De tekst van het tweede deel is identiek aan die van het eerste, maar anders ingedeeld en gestructureerd.
Het tweede deel is een transpositie en, in zekere zin, een analyse van hetzelfde basispatroon van elementaire conflicten, die hier echter in een volkomen ander muzikaal en dramatisch perspectief worden gesteld.
Het eerste deel is een opera (de recitatieven zijn vervangen door ballades), het tweede deel niet.

De twee delen handelen over hetzelfde gegeven, maar op een verschillende manier, te vergelijken met de wijze waarop twee straatzangers elk een andere versie van dezelfde gebeurtenis geven en hierdoor een afwijkende mening verkondigen over de opbouw van het gebeuren.
Je zou het ene deel als een gevarieerd refrein- of zelfs een parodie- op het andere deel kunnen beschouwen. Wordt in het eerste deel gebruik gemaakt van de beelden en het ritme van een volksvertelling; in het tweede wordt geen gebruik gemaakt van een verhaal- er wordt gedacht aan het eerste deel. In het eerste deel, dat uit afgeronde scènes Opera of niet?

Het is niet eenvoudig om La vera storia (Het ware verhaal) te vertellen en volgens mij uiteindelijk ook niet zo zinvol, aangezien het om een werk gaat dat zichzelf vertelt. Eigenlijk heb ik altijd aan La vera storia gedacht als een theatraal muziekstuk waarvan je de grote lijnen bij de allereerste confrontatie moet kunnen begrijpen zoals je een boek begrijpt wanneer je het voor het eerst leest (vooropgesteld datje iets weet van de schrijver). Of zoals je luistert naar iemand die een verhaal vertelt (vooropgesteld datje iets weet van degene die het vertelt).
Ik zou deze regels dan ook niet eens geschreven hebben als ik niet bang was geweest om slecht begrepen of voor onbeleefd gehouden te worden.

La vera storia bestaat uit twee delen. Het eerste deel geeft op beknopte wijze een uiteenzetting van het verhaal; een scala van elementaire conflicten, die op de momenten
waarin wordt gezongen- aria's, duetten, koren- met theatrale middelen tot uitdrukking worden gebracht. De tekst van het tweede deel is identiek aan die van het eerste, maar anders ingedeeld en gestructureerd. Het tweede deel is een transpositie en, in zekere zin, een analyse van hetzelfde basispatroon van elementaire conflicten, die hier echter in een volkomen ander muzikaal en dramatisch perspectief worden gesteld.
Het eerste deel is een opera (de recitatieven zijn vervangen door ballades), het tweede deel niet.

De twee delen handelen over hetzelfde gegeven, maar op een verschillende manier, te vergelijken met de wijze waarop twee straatzangers elk een andere versie van dezelfde gebeurtenis geven en hierdoor een afwijkende mening verkondigen over de opbouw van het gebeuren.
Je zou het ene deel als een gevarieerd refrein- of zelfs een parodie- op het andere deel kunnen beschouwen. Wordt in het eerste deel gebruik gemaakt van de beelden en het ritme van een volksvertelling; in het tweede wordt geen
gebruik gemaakt van een verhaal- er wordt gedacht aan het eerste deel.

CREDITS

muziek & dirigent
Luciano Berio
libretto
Italo Calvino
concertuitvoering
Rotterdams Philharmonisch Orkest, Le Groupe Vocal de France, Groot Omroepkoor, Nederlands Theater Orkest, La Banda
assistent
Stephen Harrap
cast
Valeri Popeva (Leonora), Milva (Cantastorie), Rodney Nolan (Luca), Livia Budai (Ada), Lajos Miller (Ivo), Giancarlo Lucardi (De veroordeelde), Peter J. Hall (Ugo), Frank Royon Ie Mée (Een voorbijganger), Luisa Casteliani (Een voorbijgangster), Lieuwe Visser (Acteur)