Nieuwe Italianen

Franco Donatoni, een portret

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Het Nieuw Ensemble brengt een programma dat geheel gewijd is aan Franco Donatoni (Verona, 1927). Donatoni krijgt de laatste tijd steeds meer internationale erkenning maar zijn werk wordt in Nederland zelden uitgevoerd. Het is een man die alles, niet in de laatse plaats zijn eigen ideeën, steeds weer ter discussie stelt. Na vele invloeden te hebben ondergaan ontwikkelde hij de laatste jaren een zeer persoonlijke schrijfwijze, waarin hij een evenwicht lijkt te hebben gevonden tussen strenge techniek en intuïtie. Donatoni is niet zo zeer in de grote vorm geïnteresseerd maar neemt als basis voor een compositie meestal een willekeurig fragment dat door hem voortdurend wordt herlezen en met behulp van een rijk scala aan compositietechnieken steeds anders wordt geïnterpreteerd en getransformeerd. De componist zegt niet in het eindresultaat geïnteresseerd te zijn, maar in de relatie die de ambachtsman met zijn materiaal heeft. Gekoppeld aan een uitgesproken idiomatische schrijfwijze voor de instrumenten resulteerde dit uitgangspunt de laatste tijd in een aantal belangrijke kamermuziekwerken. Donatoni komt in juni naar Nederland. In opdracht van het Holland Festival componeerde hij een nieuw werk dat op dit concert in première gaat. Het Nieuw Ensemble is voor deze gelegenheid uitgebreid tot 15 musici. Medewerking verleent de in Rome woonachtige, van oorsprong Russische violist Georg Mönch, die naast het traditionele repertoire zeer veel eigentijdse muziek speelt.

Zondagmiddag 8 juni om 15.00u. geeft Donatoni naar aanleiding van het opdrachtwerk Refrain een lezing in De Ijsbreker. Tijdens deze bijeenkomst zal het stuk eveneens door het Nieuw Ensemble worden uitgevoerd.

Achtergrondinformatie

Naarmate je  een langer leven achter je  hebt wordt het steeds moeilijker erover te vertellen: als je al zo veel meningen  en daden achter je hebt gelaten is het vervelend om terug te kijken. Het is al tamelijk lang geleden dat ik Etwas ruhiger im Ausdruck (1967) schreef, het werk van iemand die de rampen van de voor de jaren zestig kenmerkende 'negativiteit' had overleefd. Wat moet ik zeggen over die behoefte om te overleven als componist, of desnoods als 'bewerker' van andermans materiaal, totaal onbetrokken, gespeend van inventiviteit? Enige jaren later deed die onontbeerlijke inventiviteit zich weer gelden in Spiri(1977); mijn werkwijze was een niet-destructieve manier van denken geworden waarin het pseudo-toeval, gebaseerd op tien jaar ervaring met de automatismen in het compositieproces, was geïntegreerd. Juist in die tijd komt de 'figuur' duidelijk en bewust tevoorschijn, min of meer doordat ik een keer onvoorzichtig met mijn materiaal was omgesprongen. Dat is nu haast tien jaar geleden, maar elke dag weer probeer ik die figuur te ontdekken die in elk materiaal verborgen lijkt te zijn: het is niets anders dan de projectie van datgene wat binnenin mij moeizaam vorm probeert te krijgen. Argot (1979) behoort tot een reeks stukken voor solo-instrument, een soort training in lineair denken: hoeveel verschillende situaties kunnen er ontstaan uit één enkele lijn die een geheel genereert waarin die lijn zelf verborgen blijft? Ook in Fili (1981) wordt het gebaar benadrukt en de gebeurtenis vereenvoudigd: de automatismen van de procédés zijn nu geïntegreerd in de inventie, waardoor zij een voor de vorm noodzakelijke functie hebben gekregen. Ronda (1984) heeft misschien iets roekeloos, doordat het materiaal zo onbesuisd toegeeft aan pulsatie, iets waarvoor ik altijd al een zwak heb gehad: isochronie, inderdaad, ontdaan van oude mistigheden, maar ook aritmisch en ametrisch. Zo komen wij tenslotte bij Refrain (1986), geschreven in opdracht van het Holland Festival en opgedragen aan het Nieuw Ensemble. Waarom Refrain. Uit een bleek en verhuld 'koraal' ontstaan op onregelmatige afstanden, cyclisch, situaties waar het koraal steeds gevarieerd doorheen loopt. Die situaties komen vooral uit het componeren zelf, het schrijven voort. De rest zal naar ik hoop duidelijk uitkomen in de klank, ook voor degenen die zich niet met noten schrijven bezighouden.

Programma

Fili (1981) voor fluit en piano

 

Etwas ruhiger im Ausdruck (1967) voor vijf instrumenten

 

Spiri (1977) voor tien instrumenten

 

Vertoning van interview op video

 

Argot (1979) voor viool solo

 

Refrain (1986), opdrachtwerk Holland Festival – Wereldpremière

CREDITS

muziek
Franco Donatoni
uitvoering
Nieuw Ensemble
dirigent
Ed Spanjaard
viool
Georg Mönch
fluiten
Harrie Starreveld
hobo
Bart Schneemann
klarinet
Harmen de Boer
basklarinet
Arjan Kappers
mandoline
Hans Wesseling
gitaar
Helenus de Rijke