Boeddhistische ceremonie

Young San-Jae

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Monniken en nonnen van de Pongunsa-Tempel uit Seoul met een ritueel bestaande uit gezangen, instrumentale muziek, slagwerk en dans.

Achtergrondinformatie

Monniken en nonnen van de Pongunsa tempel in Seoul zullen een Boeddhistisch ritueel, getiteld Young San-Jae, uitvoeren. Naast instrumentale muziek en dans zijn vooral de liederen en gezangen in dergelijke rituelen van belang. Hoewel de Koreaanse Boeddhistische muziek een sterke invloed vanuit China heeft ondergaan, heeft zich een geheel eigen Koreaanse vocale traditie ontwikkeld die bekend staat onder de naam ‘pomp`ae’.
Pomp’ae, plechtig Boeddhistisch gezang, dateert uit de achtste en negende eeuw. De onbegeleide en unisono gezongen liederen worden vooral uitgevoerd tijdens de verschillende rituelen die met de dood samenhangen. De teksten bestaan uit Chinese poëzie en proza of zijn in het Sanskriet.
Er zijn twee soorten gezangen: an-tchaebi, gezongen door alle monniken, en kot-tchaebi of pakkat-tchaebi, gezongen door getrainde zangers die voor speciale gelegenheden worden ingehuurd. Het laatste type lied, het professionele gezang, is verder onder te verdelen in hossori en chissori. Hossori of eenvoudig gezang beslaat het grootste deel van het repertoire en wordt gebruikt voor korte ceremonieën. Teksten bestaan uit vierregelige Chinese verzen en de gezangen duren drie tot zeven minuten. Chissori, uitgebreid gezang, is veel moeilijker uit te voeren en wordt pas ingestudeerd nadat de zanger hossori onder de knie heeft. De teksten bestaan uit Chinees proza of zijn in het Sanskriet. Chissori kan vijftien tot veertig minuten duren. Aangezien ceremonieën steeds korter worden, raken deze lange gezangen steeds meer in onbruik en slechts dertien van de oorspronkelijke tweeënzeventig gezangen zijn nu nog bekend.