Turungalîla-Symfonie

Concertgebouworkest

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

De 'Turangalila'-symfonie is gecomponeerd in opdracht van Serge Koussevitzky voor het Boston Symphony Orchestra. Ze werd geschreven en geïnstrumenteerd tussen 17 juli 1946 en 29 november 1948. De wereldpremière vond plaats op 2 december 1949 in Boston door het Boston Symphony Orchestra onder leiding van Leonard Bernstein. De pianosolo werd gespeeld door Yvonne Loriod.

Programma

Olivier Messiaen
geb. 1908

 

Turangalîla-Symfonie
voor piano en groot orkest

 

Introduction
Chant d’amour I
Turangalîla I
Chant d’amour II
Joie du sang des étoiles
Jardin du sommeil des amours
Turangalîla II
Développement d’amour
Turangalîla III
Final

 

Achtergrondinformatie

‘Turangalîla’ - met een accent op de lange klinkers van de laatste twee lettergrepen - is een woord uit het Sanskriet. Als alle woorden in Oosterse talen is het rijk aan betekenissen. 'Lila' betekent letterlijk 'spel', maar spel in de zin van goddelijke actie in de kosmos, het spel van schepping, verwoesting en herschepping, het spel van leven en dood. 'Lila' betekent ook 'liefde'. 'Turanga' is de tijd die voorbijsnelt als een paard in galop, tijd die stroomt als het zand in een zandloper. 'Turanga' is beweging en ritme; 'Turangalîla' betekent tegelijkertijd 'liefdeslied', een 'hymne aan de vreugde', 'tijd', 'beweging', 'ritme', 'leven' en 'dood'.


De 'Turangalîla'-symfonie is een liefdeslied; het is een hymne aan de vreugde - niet de burgerlijke, kalme en behagelijke vreugde van een fatsoenlijk man uit de 17de eeuw, maar een vreugde die alleen maar ervaren kan worden te midden van zorg en verdriet; dat wil zeggen, een bovenmenselijke vreugde, alles overvleugelend, overstromend, verblindend en mateloos. De liefde wordt vanuit dezelfde gezichtshoek gepresenteerd - een fatale, onweerstaanbare liefde, die alles om zich heen te boven gaat, een liefde zoals die wordt gesymboliseerd door de liefdesdrank van Tristan en Isolde.

 

'Turangalîla' werd gecomponeerd tussen 'Harawi, lied van liefde en dood' voor zang en piano (1945) en 'Cinq rechants' voor 12 stemmen a capella (1949). 'Harawi', 'Turangalîla' en 'Cinq rechants' zijn drie aspecten - verschillend in instrumentaal materiaal, intensiteit, gewicht en stijl - van het 'Tristan en Isolde'­ thema. In elk van de drie werken heeft de heldin iets van een tovenares: 'Haar ogen reizen ... door het verleden ... door de toekomst.' Evenals op de schilderijen van Chagall ontstijgen de geliefden aan zichzelf en verdwijnen in de wolken. Naast de talrijke thema's in elk der tien onderdelen heeft de 'Turangalîla'-symfonie vier cyclische thema's, die min of meer regelmatig in het hele werk terugkeren. Het eerste cyclische thema, in plechtstatige tertsen en bijna altijd fortissimo gespeeld door de trombones, heeft de zware afschrikwekkende bruutheid van oude Mexicaanse monumenten. Het riep mij altijd een of ander verschrikkelijk, fataal standbeeld in gedachten. Dat noem ik het 'standbeeldthema'. Het tweede cyclische thema, met de strelende klank van pianissimo spelende klarinetten, is tweestemmig, als had het twee ogen ... Het meest voor de hand liggende beeld hierbij is dat van een bloem; men kan denken aan een tere orchidee, een decoratieve fuchsia, een rode gladiool, een buigzame lelie -het 'bloementhema'. Het derde cyclische thema, het belangrijkste van de vier, is het 'liefdesthema'. Het vierde cyclische thema bestaat eenvoudig uit voortschrijdende akkoorden. Eerder dan een thema is het een uitgangspunt voor gevarieerde klankmassa's.

Biografieën

Hans Vonk, sedert 1980/81 chef-dirigent van het Residentie Orkest, werd in 1942 in Amsterdam geboren. Na zijn pianistenopleiding voltooid te hebben aan het Amsterdams Muzieklyceum rondde hij zijn directie-studie af in Salzburg en Hilversum. Als dirigent was hij verbonden aan het Nederlands Balletorkest en het Radio Filharmonisch Orkest tot hij in 1976 werd benoemd tot chef-dirigent van de Nederlandse Operastichting. Per 1 januari 1985 werd hij aangesteld als muzikaal leider van de Staatsopera van Dresden en tevens als chef-dirigent van de Dresdner Staatskapelle. Als gastdirigent treedt hij regelmatig op in Europa en de Verenigde Staten en als eerste Nederlander leidde hij een reeks voorstellingen aan het Scala-theater in Milaan. Het Concertgebouworkest, waaraan Hans Vonk tussen 1969 en '72 als assistent-dirigent was verbonden, leidde hij al vele malen.

 

Hakon Austbö, geboren in 1948 in Noorwegen, kreeg zijn opleiding aan het Parijse conservatorium bij o.a. Lélia Gausseau en Germaine Mounier en rondde deze af bij Yvonne Loriod en later in Londen bij o.a. llona Kabas. Ook bezocht hij de New Yorkse Juilliard School en de Staatliche Hochschule für Musik in München. Tussen 1970 en 1975 won hij diverse prijzen als solist en in kamermuziekcombinaties, o.m. met zijn interpretaties van Debussy, Skrjabin en Messiaen. Hij maakte grammofoonopnamen van werken van Schumann, Brahma, Ravel en Skrjabin, alsmede van het volledige oeuvre voor piano solo van Janáèek. Sinds 1974 woont hij in Nederland van waar uit hij concertreizen maakt door Oost- en West-Europa. In 1972 trad hij op met het Concertgebouworkest in Messiaans 'Oiseaux exotiques'.

 

Tristan Murail werd in 1947 in Le Havre geboren. Hij studeerde economie, Arabisch en politieke wetenschappen en volgde aan het Parijse conservatorium de compositieklas van Messiaen bij studeerde ondes martenot bij Maurice Martenot en Jeanne Loriod. In 1971 won hij de compositie-prijs van bet conservatorium en van 1971 tot '73 verbleef bij als 'pensionnaire' van de Académie de France in Rome. Na zijn terugkeer in Frankrijk richtte bij mede bet ensemble voor nieuwe muziek 'Itinéraire' op. Hij doceerde compositie en hield voordrachten aan het IRCAM en schreef tot dusver een tiental composities, waaronder vier orkestwerken.
Ondes musteales Martenot, zoals het instrument voluit heet, is een door de radiotechnicus en muziekpedagoog Maurice Martenot in de jaren '20 ontworpen elektronisch toetsinstrument, bestemd voor eenstemmige muziek. De omvang is zeven octaven. Men kan het instrument op twee manieren bespelen: via het klavier waarbij een bijzonder vibrato mogelijk is, en 'au ruban', waarmee men de uitdrukkingsmogelijkheden van de menselijke stem, met een glijdende overgang tussen de tonen, kan benaderen. Sinds 1947 wordt onderricht gegeven op dit instrument aan het Parijse conservatorium; eerste leraar was Maurice Martenot zelf.

CREDITS

muziek
Olivier Messiaen
dirigent
Hans Vonk
piano
Hakon Austbö
Ondes martenot
Tristan Murail