Traditionele kunst uit Korea

Shinawi en Samulnori

slagwerk- en volksmuziek

Ensemble van het Nationaal Klassiek Muziek Instituut, Seoul

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Shinawi is volksmuziek die oorspronkelijk als dansbegeleiding deel uitmaakte van de shamanistische ceremonieën (zie het programma van de groep Ssikkim-Gut). Deze rituele muziek werd geïmproviseerd en de duur van de stukken was afhankelijk van de dansen van de shamaan. Later ontstonden hieruit solo-improvisaties en shinawi werd naast rituele muziek ook amusementsmuziek.
Deze volksmuziek verschilt in klank en instrumentarium van gebied tot gebied, maar basis voor alle shinawi zijn percussie-instrumenten als trommels, gongs en bekkens. Het huidige ensemble van het Nationale Instituut voor Klassieke Muziek, gevestigd in Seoul, bestaat uit: hobo (p’iri), lange bamboe dwarsfluit (taegum), 12- en 16-snarige getokkelde citer (kayagum en komun’go), 2-snarige viool (haegum), 9-snarige gestreken citer (ajaeng), metalen gong (ching) en zandlopervormige trommel (changgo).
Samulnori betekent letterlijk het beheersen of spelen (nori) van vier instrumenten (samul). Deze vier (percussie-)instrumenten vormden samen met een kleine trom (pokgu) en een hobo (t’aep’yongso) een orkest dat nongak, boerenmuziek, uitvoerde.

Achtergrondinformatie

Nongak-groepen bestonden uit boeren, die als amateur tijdens de oogsttijd of bij andere bijzondere gelegenheden speelden. In de jaren ’60 specialiseerden sommige groepen zich in deze muziek en trokken het land rond als muzikale entertainers. Ze verzamelden geld voor de bouw van tempels en verdienden verder hun loon met het verdrijven van kwade geesten en het afsmeken van zegeningen voor dorpsbewoners. Voortkomend uit de shamanistische traditie had elke groep zijn eigen beschermgod. Na een officiële uitvoering, bijvoorbeeld tijdens een bezweringsritueel, speelden de muzikanten vaak voor een speciale persoon of puur voor eigen plezier. Hieruit ontwikkelde zich de samul-muziek, de muziek voor percussie, die nu in het Holland Festival te horen zal zijn.
De naam samulnori werd voor het eerst gebruikt in 1978, toen een ensemble met de naam Samulnori p’ae voor een enthousiast publiek in Seoul optrad. Sinds die tijd staat samulnori gelijk aan een spannende en sensationele gebeurtenis, waarin technisch vakmanschap en ongebreidelde energie zich uiten in opzwepende muziek en dans. Het Samulnori p’ae ensemble van het Nationale Instituut voor Klassieke Muziek te Seoul werd in 1984 opgericht.

Biografie

Het Nationale Instituut voor Klassieke Muziek uit Korea is een organisatie die haar oorsprong heeft in de 4e eeuw, en daarmee kan bogen op een geschiedenis van 1600 jaar. Begonnen in een tijd waarin nauwe culturele betrekkingen werden onderhouden met China, diende dit instituut, evenals de hierna opgerichte instellingen, naar Chinees voorbeeld het muziekleven van de verschillende koninkrijken te regelen. Onafhankelijk van de heersende dynastieën hielden de leden zich bezig met de organisatie van ceremonieën zoals banketten en rituelen, die aan het hof plaatsvonden. Een andere belangrijke functie was het in stand houden en onderwijzen alsmede het uitvoeren van de traditionele muziek en dans.
Na de annexatie van Korea door Japan in 1910 werd dit “Instituut voor Koninklijke Hofmuziek”, dat 270 artiesten telde, behoorlijk in omvang en zaken teruggebracht. Sommige ceremonieën moesten geheel verdwijnen en de Koreaanse traditionele muziek werd in het algemeen van weinig waarde geacht. Slechts 16 leden, verspreid over het hele land, overleefden deze tijd, en zijn na de herwinning van de onafhankelijkheid in 1945 deel uit gaan maken van een nieuwe instelling.
In 1951 werd het huidige Nationale Instituut voor Klassieke Muziek, dat sinds 1955 in Seoul gevestigd is, officieel geopend. Het zet een eeuwenoude traditie voort door de nadruk te leggen op de instandhouding van de muziek, dans en rituelen die de voorouders tot ontwikkeling hebben gebracht. Dit tracht men te bereiken door met name de muziek en dans van het hof, en daarnaast ook volksmuziek en –dans alsmede nieuwe composities, uit te voeren, (geluids-)archieven op te zetten en voor het publiek vrij toegankelijke lessen in het hele land te organiseren. De traditionele hofcultuur die met het verdwijnen van de koninklijke hoven haar functie had verloren, wordt op deze wijze nieuw leven in geblazen. Men vindt het vooral van belang te benadrukken dat Korea, ondanks de grote invloed van China door de eeuwen heen, een unieke eigen muziek- en danscultuur heeft ontwikkeld.
Van de ruim 100 leden zijn ongeveer tien personen benoemd tot “human cultural treasure”. Zij vertegenwoordigen met hun uniek, door mondelinge overdracht verkregen kennis het culturele bezit van Korea op het gebied van de muziek, dans en rituelen van het hof. Een aantal van hen zal in dit Holland Festival optreden.

CREDITS

uitvoering
Nationale Instituut voor Klassieke Muziek: Kim Yong-Bae (ching), Chon Su-Dok (soe), Pak Un-Ha (changgo), Pang Sung-Hwan (puk)