Kung Lear

Dramaten, Stockholm

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Synopsis

1e toneel
Gloster stelt aan Kent zijn bastaardzoon Edmond voor. In een grote staatsvergadering deelt koning Lear mee dat hij afstand doet van de troon. Hij maakt bekend dat hij zijn rijk zal verdelen onder zijn drie dochters. De grootte van ieders erfdeel zal bepaald worden door de liefde die iedere dochter voor haar vader koestert. Ieders gedeelte van het land zal dienen als bruidsschat voor de drie zussen. Goneril (getrouwd met Albany) en Regan (echtgenote van Cornwall) spreken een huichelachtige liefdesverklaring tot hun vader uit en krijgen ieder hun deel. Gordelia echter wil geen uitspraak doen "Ik ongelukkige ken niet mijn hart ophijsen naar mijn mond. Ik hou van u zoals mijn plicht het eist, niet meer, niet minder". Daarop onterft koning Lear zijn lievelingsdochter en vraagt aan beide rivalen die om Gordelia's hand gevraagd hebben wat ze zullen doen: "(...) - je eerlijkheid wordt bruidsschat!" Bourgondië weigert, maar Frankrijk accepteert haar, samen met Lear's ongenade. Kent die de oude koning tot rede tracht te brengen wordt verbannen. Goneril en Regan vinden de plotselinge ommekeer van hun driftige vader nogal onheilspellend. Temeer daar Lear aankondigt met 100 ridders afwisselend aan Gonerils en Regans hof te zullen verblijven zal de band tussen beide zusters bepaald worden door wantrouwen tegen hun vader.

 

2e toneel
Edmond, bastaard van Gloster, benijdt zijn halfbroer (de wettige zoon Edgar) zijn voorrangspostitie. Hij zal hem met list en laster ten val brengen. Hij speelt Gloster een valse brief in handen, waarin staat dat Edgar Gloster wil vermoorden Gloster vertrouwt blind op zijn geliefde bastaardzoon Edmond en wordt woedend op Edgar. Edmond raadt Edgar aan onmiddellijk te vluchten daar zijn vader achter hem aanzit.

 

3e toneel
Goneril bespreekt met Oswald - haar huismeester - Lear een zo koel mogelijke ontvangst te bereiden. Dit om te voorkomen dat Lear te lang bij haar en Albany zal blijven. Even later biedt Kent - verkleed als eenvoudige man - aan koning Lear zijn diensten aan. Hij wordt aangenomen als hij de huismeester genadeloos van repliek dient wegens diens onbehoorlijk gedrag tegenover Lear. De nar confronteert Lear met zijn 'narrenstreek' afstand te doen van de troon. het zal hem nog berouwen! Goneril beklaagt zich bij Lear over het gedrag van de ridders. Ze wil dat hij het aantal vermindert. Lear, die buitengewoon ontsteld is over deze schrijnende ondankbaarheid vervloekt haar en vertrekt naar Regan. Goneril stuurt Oswald met een ijlbrief naar Regan en verwijt haar man Albany een slappe houding. "Jij wordt teveel gelaakt om onverstand, dan om een slapheid die ons schaadt geprezen".

 

4e toneel
Lear stuurt Kent vooruit naar Regan en Cornwall met een brief om aan te kondigen dat hij eraan komt.

 

5e toneel
Edmond fingeert een gevecht met Edgar en weet Edgar tot vluchten te dwingen. Gloster is door het wapengekletter gealarmeerd toegesneld. Hij gelooft het verhaal van Edmond en onterft Edgar. Cornwall en Regan arriveren. Ze willen niet thuis zijn om Lear te bruskeren als hij haar komt opzoeken. Edmond treedt in dienst bij Cornwall en Regan.

 

6e toneel
Kent die de brief van Lear heeft gebracht ontmoet Oswald, Gonerils bode, met wie hij een fikse ruzie uitlokt. Kent wordt daarop door Regan in het schandblok gezet. Gloster protesteert krachtig maar wordt terzijde geschoven. Even later komt Lear op en ontsteekt in grote woede als hij Kent op deze vernederende wijze aantreft. "O, hoe zwelt hysterie naar mijn hart omhoog, o zieke hartstocht, néér klimmend verdriet, jouw plaats is lager! Waar is deze dochter?" Aanvankelijk weigert Regan hem te woord te staan, maar zij komt uiteindelijk met groot gevolg naar buiten. Lear doet zijn beklag over Goneril, maar Regan blijkt nog harder dan haar zuster. Ze wil hem ook nog de resterende ridders afnemen. Ze tracht hem zelfs wegens onheus gedrag zijn excuus te laten maken. Generil arriveert en de zussen bakkeleien over het aantal ridders dat Lear nodig heeft. Lear houdt de eer aan zichzelf. "Wangedrochten wraak zal ik op je beiden nemen, (…) mijn hart breekt in honderdduizend barsten voordat ik huil! 0, nar, ik word nog gek! (storm steekt op)". Hoewel er een flinke storm losbarst geeft Regan opdracht Lear onder geen beding binnen te laten.

 

7e toneel
Midden in de storm tracht de nar Lear wat moed in te spreken. Kent weet een schapenhut in de buurt. Allen volgen hem naar die hut. Edgar komt op. Om aan zijn vervolgers te ontkomen heeft hij zich in lompen gehuld en de gedaante aangenomen van een zwervende gek 'Peeping Thom'.

 

8e toneel
Gloster vertrouwt Edmond toe dat een legermacht op de rede van Dover ligt te wachten om een invasie voor te bereiden om Lear in zijn eer te herstellen. Gloster kondigt aan dat hij zich in het geheim bij deze actie zal aansluiten. Edmond zal zijn vader verraden "Een schone dienst, die mij opleveren moet al wat mijn vader nu verliezen zal. De jeugd staat op als de oudheid komt ten val".

 

9e toneel
Lear en zijn beide getrouwen, Kent en de nar, ontmoeten in de hut Edgar die die zich als 'Peeping Thom' voordoet. Gloster komt binnen. Lear staat op het punt gek te worden, zo in de war als als zijn geest is geraakt van de merkwaardige verhalen van 'Peeping Thom'. Gloster neemt Lear en Edgar mee om hen beter onder te brengen.

 

10e toneel
Edmond verraadt zijn vader aan Cornwall. Deze vaardigt een arrestatiebevel uit tegen Gloster.

 

11e toneel
Lear is geestesziek geworden. De nar en hij spelen een rechtszitting waarin de dochters terecht moeten staan vanwege hun harteloos gedrag. Gloster verschaft nt een draagbaar om de koning naar Dover te dragen. Edgar blijft onthutst achter.

 

12e toneel
Cornwall en Regan laten Gloster gevangen nemen wegens hoogverraad. Corn­ wall dwingt Gloster te vertellen over de brief uit Frankrijk en de in­ vasie ten gunste van Lear tegen Cornwall en Albany. Hierop rukt Cornwall Gloster's ogen uit. Een dienaar die zich op Cornwall stort wordt door Regan vermoord. Gloster roept Edmond op hem te wreken. Regan zegt dat Edmond hem verraden heeft. "Jij roept om wie jou haat. Hij was het die ons voor jouw hoogverraad gewaarschuwd heeft. Hij is te goed voor medelij met jou". Inmiddels blijkt Cornwall dodelijk gewond te zijn ge­ raakt.

 

13e toneel
Edgar ontmoet Z1Jn blinde vader die geleid wordt door een oude man. Gloster herkent zijn zoon niet en vraagt of hij hem wil begeleiden naar de rotsen van Dover. Hij wil zich daar van de rotsen storten omdat hij geheel vertwijfeld is geraakt over het verraad van Edmond en zijn onrechtvaardige behandeling van Edgar.

 

14e toneel
Goneril heeft Edmond tot generaal benoemd en hem als minnaar genomen. Als ze hoort dat Albany sympathiseert met de oude koning Lear, beraamt ze een plan om hem aan de kant te zetten. Albany overstelpt haar met verwijten, maar Goneril blijft gewetenloos. Een bode brengt een brief van Regan waar Edmond net naar op weg is. Regan leest dat Goneril nu weduwe is, sinds Cornwall overleden is na zijn gruwelijke daad tegen Gloster. Albany wil de oude Gloster wreken.

 

15e toneel
Kent verneemt dat de koning van Frankrijk wegens dringende staatszaken teruggekeerd is naar Parijs. Het opperbevel over de invasiemacht is nu in handen van een generaal. Gordelia is weliswaar vlakbij in de stad maar Lear - beschaamd over zijn eigenwijs gedrag en slechte geweten wil haar niet ontmoeten. Gordelia vraagt aan de dokter of geesteszieken te genezen zijn. De arts antwoordt wijs: "Er zijn nog middelen, mevrouw. De aartsverpleegster der natuur is: rust". Ondertussen trekt de legermacht op naar het noorden.

CREDITS

tekst
William Shakespeare
vertaling
Britt G. Hallqvist
regie, bewerking
Ingmar Bergman
uitvoering
Dramaten, Stockholm
decor, kostuums
Gunilla Palmstierna-Weiss
choreografie
Donya Feuer
muziek
Daniel Bell
cast
Jarl Kulle (Lear), Margaretha Byström (Goneril), Ewa Fröling (Regan), Lena Olin (Cordelia), Jan-Olaf Strandberg (Nar), Börje Ahlstedt (Kent), Per Myrberg (Gloucester) e.a