Traditionele kunst uit China

Ensemble traditionele muziek uit Beijing

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

In de twee concerten die het Ensemble voor Chinese muziek uit Beijing op 24 en 25 juni presenteert, zal zowel klassieke muziek vanaf de 2e eeuw, volksmuziek uit de Sung-, Ming- en Chingperiode (960-1911) als moderne kunstmuziek te horen zijn. Deze muziek wordt uitgevoerd op traditionele Chinese instrumenten, waaronder cheng en ch’in (citers), erh-hu (viool), p’i-p’a (luit), yang-ch’in (hakkebord), sheng (mondorgel), hsiao (rechte bamboe fluit), ti-tzu (bamboe dwarsfluit), kuan-tzu (hobo) en verschillende soorten percussie-instrumenten, zoals trommels, gongs, bekkens en houten kleppers. Tegenwoordig bouwt men traditionele instrumenten ook in families. Door een instrument te vergroten ontstaat een ‘bas’-versie, door het te verkleinen een ‘sopraan’.
De composities die men in een wisselende instrumentale bezetting zal spelen, dragen vrijwel alle een beschrijvende of poëtische titel, zoals Lied in de vissersboot bij avondschemering, Koning Chu verloor het gevecht, De tijger laat zijn tanden zien of Drie variaties op pruimenbloesems. Solocomposities voor de verschillende snaar- en blaasinstrumenten nemen een belangrijke plaats in op het repertoire. Daarnaast zal er een keuze gemaakt worden uit een aantal duetten voor citer en fluit en stukken voor slagwerk dat eventueel met andere instrumenten gecombineerd wordt.

Achtergrondinformatie

Cheng en ch’in zijn beide citers, behorend tot de zijde-categorie, die met de handen getokkeld worden. De cheng wordt van oudsher vooral voor persoonlijk plezier en populair vermaak bespeeld. De ch’in heeft met name in de officiële rituele en ceremoniële muziek van het hof een belangrijke functie gehad en wordt nog steeds geasscieerd met de filosofische basis van de Chinese muziek, het Confucianisme.

 

Ch’in
Volgens archeologische en literaire bronnen zou de ch’in ruim 2500 jaar geleden zijn oervorm hebben gekregen. Al tijdens de Han-dynastie (206 v. Chr.-220 n. Chr) kende men een ch’in met het huidige aantal van zeven snaren. De aanwezigheid van deze citer in Confuciaanse legenden wijst op het belang dat filosofen en staatslieden hechtten aan dit instrument. Zo zou de ch’in door mythische wijsgeren zijn gebruikt om de harmonie tussen hemel en mens te symboliseren en te reguleren, en was via de ch'in communicatie mogelijk met onsterflijke voorouders. De ch'in werd als symbool van de pure, "correcte" Chinese muziek het instrument van geleerden en ambtenaren. Geheel in overeenstemming met de leer van Confucius was het instrument bij uitstek om de geest te zuiveren en op te voeden. Vele verhandelingen, essays, gedichten en composities werden vanaf het begin van onze jaartelling dan ook aan deze citer gewijd. Van de 3e eeuw v.Chr. tot de 9e eeuw n.Chr. maakte de ch'in deel uit van het hof orkest dat rituele en ceremoniële muziek uitvoerde. Daarnaast werd de ch'in zowel solo al in ensembles bespeeld voor amusementsdoeleinden. Vanaf de 10e eeuw ontwikkelde dit instrument zich steeds meer tot een solo­ instrument ten dienste van de persoonlijke, individuele kwaliteiten van de bespeler. Het ch'in-spel werd een verfijnde en complexe kunst, voor de gegoede burgerij uitgevoerd door een groep van specialisten en professionele muzikanten. Dezen buitten de technische mogelijkheden en de expressieve kwaliteiten van het instrument uit en esthetische opvattingen als 'zuiver', 'elegant', 'vredig' en 'teruggetrokken' kwamen in zwang. De ch'in werd het instrument bij uitstek voor het oproepen van lyrische en bespiegelende stemmingen. Door de eeuwen heen is de samenhang van het ch'in-spel met de Confuciaanse filosofie blijven bestaan: Het bespelen van de ch'in vereist een geest in harmonie met de natuur. Tijdens de Ming-periode (1368-1644) werden honderden handboeken gepubliceerd, waarin geschiedenis, filosofie, theorie en tabulatuur van de ch'in behandeld werden. Specialisme en professionalisme zijn in de loop der eeuwen nog meer toegenomen. In onze tijd zijn er nog maar weinigen die dit instrument beheersen, ook al omdat de traditionele klassieke ch'in-muziek voor een groot deel haar functie heeft verloren in een tijd waarin Confuciaanse ideeën niet meer zo op de voorgrond staan. Tijdens de Culturele Revolutie werd de ch'in zelfs met decadentie geassocieerd. Er is echter ook sprake v n een opleving, die onder meer blijkt uit het feit dat ch'in-spelers experimenteren met de constructie van hun instrumenten en hedendaagse Chinese componisten voor de ch'in zijn gaan schrijven.

De ch'in heeft een langwerpige houten klankkast van ruim een meter lengte, met een breedte van vijftien cm en een hoogte van vijf cm. Over de bovenkant zijn zeven zijden snaren gespannen. De ch'in heeft geen bruggen en fretten. De delen van de klankkast hebben een speciale betekenis. Zo symboliseert de afgeronde bovenkant de hemel, de platte onderkant de aarde, en tezamen met de bespeler brengt dit instrument de in de Chinese ideeënwereld zo belangrijke harmonie tussen mens en natuur tot uitdrukking.

 

Cheng

De cheng is aanmerkelijk jonger dan de ch'in. Oude bronnen melden dat de cheng tijdens de 2e• eeuw v.Chr. een populair instrument was in de zuidelijke gebieden van China. Een oude vorm van deze citer telde twaalf snaren. In de loop der eeuwen werden hier vier aan toegevoegd.
De cheng speelde vooral een rol in de populaire amusementsmuziek, die onder meer aan het hof werd uitgevoerd. Vanaf de 19e eeuw kreeg dit instrument, dat aanvankelijk deel uitmaakte van een ensemble, meer en meer een solokarakter. De cheng heeft een klankkast van ca. 1.20 meter lengte, die 30 cm breed is en 5 cm hoog. De zestien snaren, gemaakt van zijde of het nu meer gebruikelijke metaal, lopen over bruggen die op de bovenkant zijn geplaatst. De snaren worden met de nagels van de rechterhand getokkeld. Met de linkerhand kan de bespeler druk uitoefenen op de snaren om vibrato, toonhoogteveranderingen en andere versieringen tot stand te brengen. Deze speelwijze komt overeen met die van de ch'in.

 

P'i-p’a

Het woord "p'i-p'a" verwees oorspronkelijk naar de speeltechniek van de rechterhand voor de luit, en was daarmee de benaming voor luiten in het algemeen. Vanaf de 2e eeuw ontwikkelden zich echter luiten, die in meerdere opzichten van elkaar onderscheiden konden worden, bijvoorbeeld in de vorm van de klankkast - rond of peervormig - en de vorm van de hals, en in het aantal snaren. Elke luit kreeg zijn eigen benaming en p'i-p'a is tegenwoordig de aanduiding voor een peervormige luit met vier snaren, waarvan de hals aan de bovenkant licht gebogen is. De klankkast is van hout en de snaren zijn van zijde of, tegenwoordig meer gebruikelijk, nylon gemaakt. De fretten kunnen van verschillende materialen, zoals hout, hoorn, ivoor of bamboe gefabriceerd zijn. De bovenkant van de hals heeft meestal de symbolische vorm van bijvoorbeeld de kop van een draak of en vleermuis. De p'i-p'a komt waarschijnlijk oorspronkelijk uit Centraal­Azië en is in de eerste eeuwen van onze jaartelling, in een tijd waarin China openstond voor vele invloeden, het land binnengekomen. Er heeft zich vanaf die tijd een eigen Chinese speeltechniek en repertoire voor dit instrument ontwikkeld. P'i-p'a-muziek was altijd de belangrijkste amusementsmuziek voor banketten aan het hof en werd geassocieerd met vrolijkheid en sensualiteit. Dit zou, tezamen met het feit dat het een geimporteerd instrument is, de reden kunnen zijn geweest dat Chinese puristen de p'i-p'a een barbaars instrument noemden dat niet strookte met de Confuciaanse leer. De p'i-p'a is bij uitstek het instrument van professionele musici, aangezien zich een rijk repertoire van programmatische stukken heeft ontwikkeld, die een virtuoze techniek vereisten. Natuurverschijnselen, gevechtsscènes en menselijke emoties vormen het onderwerp van vele stukken. De flair en virtuositeit van de p'i-p'a-muziek contrasteert sterk met de ch'in-muziek waarin verfijning en zuiverheid, geuit in lyrische composities, de boventoon voeren. P'i-p'a en ch'in vertegenwoordigen hiermee twee even belangrijke uitersten in de Chinese muziek. Voor zowel de ch'in als de cheng zijn notatiesystemen ontwikkeld. Deze dienen echter vooral als geheugensteun, aangezien speeltechnieken en composities voornamelijk mondeling worden aangeleerd, en men grote waarde hecht aan de interpretatie vaardigheden van de musicus.

CREDITS

uitvoering
Ensemble traditionele muziek uit Beijing