T. de Leeuw, Loevendie, Manneke, Vlijmen, de Vries

Radio Kamerorkest

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Een keur van Nederlandse composities uit de laatste vijf jaren.

Programma

Ton de Leeuw – Music for Strings (1971)

 

Daan Manneke – Sinfonia (1975)

voor 13 strijkers

 

Pauze

 

Jan van Vlijmen – Serenata I (1964)

 

Klaas de Vries – Refrains (1967)

Solisten: Maarten Bon en Gerard Hommerson, piano

 

Theo Loevendie – Incantations (1975)

Voor basklarinet en orkest

Solist: Harry Sparnaay, basklarinet

Achtergrondinformatie

Music for Strings

Music for Strings beleefde zijn première tijdens de Biënnale te Zagreb in mei 1971. Het werk is – in opdracht van de leiding van dit festival – geschreven voor een klein strijkorkest. De componist schrijft zelf over dit werk: “De diepe stilte, die de muziek van begin tot einde ontwikkelt, is als de rust van een of andere onmetelijke oppervlakte – bedrieglijk. Onder deze oppervlakte borrelt en kookt het: er zijn plotselinge uitbarstingen – groot en klein – die komen en gaan. De spanning komt echter nooit tot een algehele explosie. De stilte blijft behouden. De muziek zoekt een evenwicht in/tussen de twee wedijverende krachten”.

 

Thomas

De stem op de tape is die van de Engelse dichter Dylan Thomas. Hij leest zijn eigen gedicht Lament. De stem is behandeld als een zelfstandige muzikale laag, maast de muzikale laag die de instrumenten ten gehore brengen. De muziek van de compositie Thomas is bedoeld direct te zijn, even direct als de poëzie van Dylan Thomas. Mede met het oog daarop zijn de muzikale processen tot het uiterste vereenvoudigd.

 

Sinfonia

De Sinfonia is een stuk voor 13 strijkinstrumenten: acht violen, twee altviolen, twee celli en één contrabas.

Het is een compositie van C.R.M. naar aanleiding van het behalen van de prijs voor compositie in 1975. De Sinfonia is een soort spraakoefening. Zoals men zich in de omgangstaal bedient van allerlei uitdrukkingsvormen, zo is ook de Sinfonia opgebouwd uit allerlei ‘taalexpressies’.

 

Serenata no. 1

Serenata I componeerde Jan Vlijmen in het voorjaar van 1964 in opdracht van het toenmalige ministerie van O.K. en W. Bij de formulering van deze opdracht was de instrumentale bezetting van het werk nauwkeurig omschreven. Het ensemble moest bestaan uit: twee fluiten, twee hobo’s, twee klarinetten, twee fagotten, twee hoorns, twee trompetten en slagwerk. Het was vooral deze – aan de traditie gebonden – samenstelling van het ensemble, die me bij het zoeken naar een vorm voor dit werk grote moeilijkheden bezorgde. Van Vlijmen heeft zich bij het zoeken naar een vorm voor dit werk grote moeilijkheden bezorgde. Hij heeft op twee manieren getracht hiervoor een oplossing te vinden: a. door het splitsen van de blazerssectie in drie heterogene groepen, b. door voor elk van de vier onderdelen waaruit het werk bestaat een steeds wisselende bezetting te kiezen, waarbij moet worden opgemerkt dat alleen in het laatste deel het totale ensemble in actie is.

Zoals gezegd zijn er vier delen die zonder onderbreking in elkaar overgaan. In het eerste deel is sprake van een voorzichtige dosering van het materiaal en het is min of meer statisch van opzet. Het tweede deel is veel geprononceerde met een uitgesproken ritmische ondertoon. Het derde deel heeft weer veel te maken met het eerste deel; na het bereiken van een grote spanning volgt een muzikale omslag die tevens als aanloop moet worden gezien voor het vierde deel. Het laatste deel wordt gekenmerkt door een lange stroom van geluid, waarin alle elementen uit de vorige delen gecoördineerd.

 

Refrains

Bovengenoemd werk was het eerste orkestwerk wat tijdens de studie van Klaas de Vries aan het Rotterdams Conservatorium geschreven werd. In die tijd speelde ik samen met Jan Zekveld in een werkgroep van Ton Hartsuiker veel hedendaagse muziek voor twee piano’s en hoorde De Vries eigenlijk voor het eerst de werken uit de laatste periode van Stravinsky (o.a. Movements, Threni, Requiem Canticles) waarvan de kracht en de soberheid grote indruk maakten. Sporen van beide ervaringen zullen zeker in Refrains te vinden zijn. Het werk bestaat uit vier delen, waarin steeds hetzelfde muzikale materiaal is terug te vinden. Het tweede deel is zonder piano’s; het laatste deel (Epitaph) vertoont een grote plotselinge reductie op elk gebied, bijna geen dynamische tegenstellingen, beperkte instrumentatie (voornamelijk piano’s, vibrafoon en marimba) en een soort cirkelvorm; een ontwikkeling die steeds op hetzelfde punt terugkeert.

CREDITS

componisten
Ton de Leeuw, Daan Manneke, Jan van Vlijmen, Klaas de Vries, Theo Loevendie
dirigent
Paul Hupperts