Pianotrio II

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Gedurende de laatste eeuwen heeft een aanzienlijke opinieverandering plaatsgevonden van de componist tegenover zijn publiek of beter het publiek. De Renaissance-componist schreef gebruiksmuziek voor het hof of de kerk, direct naar de eisen van de tijd. Langzaam werden daarin veranderingen aangebracht, meestal voorafgegaan, begeleid of gevolgd door diepgaande theoretische traktaten. De gestelde normen konden natuurlijk veranderen, zoals ook het publiek veranderde van hof-elite en rijke handelsburgerij naar het middenstand en de ‘gewone’ geïnteresseerde man. Tot de Franse revolutie, dus tot rond Mozarts dood, bleef het beeld van de kleine cultuur minnende en – dragende elite echter bestaan. Als Mozart niet voor zichzelf componeerde, dus voor de abonnementsconcerten in Wenen of de huismuziek met vrienden, dan was óf de kerk (tot 1781 Aartsbisschop Colloredo in Salzburg) of de Weense adel zijn opdrachtgever; aan hun wensen moest hij voldoen, zonder zijn eigen muzikale uitdrukkingskunst te negeren. 

Programma

Wolfgang Amadeus Mozart – Trio in C gr.t., KV 548 (1788)

Allegro

Andante cantabile

Allegro

Voor piano, viool en violoncel

 

Aaron Copland – Trio (1929)

‘Vitebsk’

Study on a Jewish theme:

Lento e molto marcato

Subito allegro vivace

Subito grave

Voor piano, viool en violoncel

 

Pauze

 

Franz Schubert – Trio in Es gr.t., op 100 (1827)

Allegro

Andante con moto

Scherzo: Allegro moderato

Allegro moderato

Voor piano, viool en violoncel

Achtergrondinformatie

Na de Franse revolutie veranderde deze situatie enigszins; de burgerij deelde mee in de cultuur en had haar normen en wensen. De volksliederen gingen een grote rol spelen, evenals de eenvoudige liedachtige melodie. Dit merken we al bij de componisten aan het Napoleontische hof, maar ook bij Beethoven en Schubert. Zij hielden hier bewust rekening mee en danken daaraan hun nog steeds voortdurende populariteit. Brahms ging al weer wat gekunstelder en eigenzinniger te werk. Zijn publiek bestond niet per se uit alle muziekminnende; ook de Familie Strauss en Bruckner en de groep rond Wagner en Liszt hadden een eigen publiek. De componist ging steeds meer zijn eigen weg en hield alleen nog rekening met zijn eigen impulsen, hoewel niet blind voor het publiek en de verkoop van zijn muziek. Immers Brahms kon zich zonder moeite leven van de verkoop van zijn composities en gaf met de jaren minder concerten. Maar de weg die hij zocht bleef dan ook vastgeknoopt aan een traditie sedert de grote klassieken. Voor het doorbreken van deze traditie waren andere premissen nodig: een doodlopende weg, de confrontatie met andere culturen of eenvoudig geen traditie. Het eerste overkwam o.a. Schönberg, het tweede Debussy en in zeker mate ook Bartók, terwijl het derde geval de unieke muziek van Charles Ives opleverde.

Aaron Copland heeft zich evenals zijn voornoemde confraters sterk tot het publiek gericht; beviel zijn werk niet, dan zocht hij de fout bij zichzelf. Maar desondanks vervulde hij zijn taak als componist veeleer naar de normen en plichten van de 20e eeuw; aangezien de Verenigde Staten nauwelijks enige culturele achtergrond hadden, d.w.z. ten aanzien van een zelfstandige kunstuiting los van de Indiaanse kunst, zag Copland duidelijk de mogelijkheden een typisch Amerikaanse muziek te creëren en bovenal te organiseren. Hij hielp ontelbaar vele jonge Amerikaanse componisten in het zadel, gaf honderden lezingen en deed al het mogelijke om de Amerikaanse muziek te propageren. Vele organisaties, zowel hulpverlenende (o.a. vakbonds- en auteursrechtorganisaties) als cultuur verbreidende, zijn door zijn inzet opgericht. Zodoende was hij behalve componist ook animator, wetenschapper, dirigent en pianist; hij stond en staat overigens nog steeds midden in het Amerikaanse muziekleven; zoals Leonard Bernstein tot uitdrukking bracht: hij functioneerde als de ‘hogepriester van de Amerikaanse muziek’.

CREDITS

componisten
Wolfgang Amadeus Mozart, Aaron Copland, Franz Schubert
piano
Hephzibah Menuhin
viool
Alberto Lysy
violoncel
Colin Carr