Donizetti Variaties

Het Nationale Ballet

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Programma

Donizetti Variaties - Balanchine, Donizetti

 

Ginastera - Van Dantzig, Ginastera

 

Four Schumann Pieces – Van Manen, Schumann

Achtergrondinformatie

Donizetti Variaties

Donizetti Variaties past in de honderdjarige traditie van het romantische divertissement. Zo is dit ballet een abstracte compositie waarin weliswaar nuances zijn aangebracht in de stemmingsbeelden, maar waarin toch een pure dansvreugde overheerst. Hierbij is de academische (klassieke) techniek het uitgangspunt voor een speelse demonstratie van virtuositeit.

Een bewegingsspel van zes danseressen en drie dansers, afwisselend gecombineerd in paren en trio’s, is de op maat voor de opkomst van een ballerina met haar partner. Hun choreografie is opgebouwd volgens het traditionele schema waarin het adagio, een langzaam en lyrisch duet, gevolgd wordt door veeleisende variaties voor elk afzonderlijk waarna een flitsende coda de pas de deux besluit.

Hierna heeft Balanchine een ironische illustratie van het soms sentimentele, romantische ensemblewerk om tenslotte in een soort van cancan de choreografie tot een bruisende climax te voeren. Het elegante en tegelijk sportieve lijnenspel, dat van begin tot eind dit ballet kenmerkt, vertoond Italiaanse motieven als een eerbewijs aan het honderdjarige bestaan van de Italiaanse staat, ter gelegenheid waarvan dit ballet gecreëerd was.

 

Ginastera

Ginastera is de robuuste tegenhanger van Ogenblikken (Van Dantzig/Webern, 1968). Beide zijn in principe abstracte bewegingscomposities met vluchtige impressies van relatievormen. In Ogenblikken overheersen subtiele, verstilde stemmingsbeelden die nauw aansluiten bij de ijle klankwereld van Webern, terwijl in Ginastera vitale dansthema’s de toon aangegeven, in navolging van de vaak driftig bewogen, muzikale compositie.

Contrastwerking is het algemene kenmerk van dit ballet. Er is een sterk en fel motief, vooral in het dansen van de mannen, dat regelmatig onderbroken is door een zachter en weifelende aanpak in de choreografie voor de vrouwen. Deze tegenstelling wordt al in het eerste deel geïntroduceerd, waar de mannen en vrouwen twee aparte, grote groepen vormen.

De drie middendelen zijn individualistische opgezet. Zo zijn er in het tweede deel twee paren waarvan de partners elkaar kwijtraken en weer terugvinden en laten drie paren in het derde deel een rollenspel zien dat het thema domineren en onderwerpen illustreert.

In het vierde deel staat een man centraal die tot inkeer en zelfontplooiing komt en die in een lyrisch duet de kortstondige bloei van een relatie ondergaat. In tegenstelling tot deze bespiegelde episodes is de levendige en wervelende finale tenslotte uitdrukking van ene bijna triomfantelijke levensvreugde.

 

Four Schumann Pieces

In Four Schumann Pieces richt Hans van Manen alle aandacht op één enkel individu: een man die in romantische bespiegelingen verdiept lijkt te zijn. Doordat deze solist bijna steeds aanwezig is, ook wanneer hij niet zelf danst, wordt de indruk gewekt dat de vijf omringende paren gestalte geven aan zijn fantasieën. De emotionaliteit die het thema van de relatievorming begeleidt, is hierbij onmiskenbaar, maar blijft sterk ingehouden van karakter, óók al doordat Van Manen meer dan gewoonlijk gebruik maakt van de strenge vormen van de academische (klassieke) danstechniek. Vooral in de eerste drie delen is er een sfeer van weemoed, kenmerken voor herinneringen aan wat geweest is en voor verlangens die nog onvervuld zijn.

Deze melancholie komt al in het eerste deel tot uiting, in een dromerig lijnenspel. In het tweede deel contrasteert de rust van de hoofdfiguur met de vitaliteit van het ensemble, maar de veerkrachtige en wervelende bewegingsthema’s doen nergens afbreuk aan de hoffelijke en elegante stijl die het geheel kenmerkt. Het derde deel is dramatischer van aard en hier is de man zelf nadrukkelijk betrokken bij de paarvorming: op een vormelijke manier in een duet met één van de twee vrouwelijke solisten en daarna hartstochtelijker, eerst met de andere vrouw en dan weer met de eerste. Een hoogtepunt is hier het duet met de andere mannelijke solist, dat in kameraadschappelijke harmonie begint maar war steeds meer eisen aan de relatie wordt gesteld. Aan het einde van dit deel blijft de hoofdfiguur in eenzaamheid achter, maar blijmoedige berusting lijkt de moraal te zijn van dit ballast. Zo getuigt het vierde deel met zijn opgewekte sfeer voornamelijk van een danslust die uitdrukking kan zijn van levensvreugde. 

CREDITS

choreografieën
Balanchine, Van Dantzig, Van Manen
muziek
Donizetti, Ginastera, Schumann
dans
Maria Aradi, Sonja Marchiolli, Han Ebbelaar, Henny Jurriëns, Zoltan Peter e.a.
met medewerking van
Nederlands Balletorkest, Residentie Strijkkwartet
dirigent
André Presser
kostuums Donizetti Variaties
Joop Stokvis
decor/kostuums Ginastera
Toer van Schayk
licht Ginastera
Charles Bristow
decor/kostuums Schumann Pieces
Jean-Paul Vroom
licht Schumann Pieces
Charles Bristow