Orfeo

De Nederlandsche Opera, Ballet van de Nederlandsche Opera

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

De in de latere historie van het theater en zeer speciaal in die van de opera herhaaldelijk wederkerende wens, de grootsheid en dramatische kracht van de Griekse tragedie met de middelen van eigen tijd te doen herleven, althans te benaderen, lag zekerlijk mede ten grondslag aan de vernieuwing, de reformatie van de opera, zoals die door Chevalier Gluck in de tweede helft van zijn leven – in hoofdzaak in Parijs – werd gerealiseerd.
De stof voor Orfeo , zijn eerste ‘hervormde’ opera, is niet slechts ontleend aan de Griekse mythologie, niet enkel treden er slechts die personages in op – Orfeo, Euridice en Amor- , niet enkel neemt het koor doorlopend actief deel aan de handeling, maar bovendien staat de muziek met grote waarachtigheid en eenvoud zeer consequent in dienst van de dramatische idee.
De Griekse tragici beschikten over een zingend én dansen koor. Gluck onderscheidde in Orfeo een koor en een ballet. Ik heb gemeend, de verscheiden functies van het zangkoor – respectievelijk de zang en de dans – in de mise-en-scène duidelijk te moeten laten uitkomen; het ballet vervult in dit kader niet de rol van divertissement, het heeft een belangrijke dienende taak, organisch ingevoegd in de mise-en-scène, in het dramatische gebeuren – Noverre en Gluck waren niet toevallig tijdgenoten! Alleen in de zuivere en meer solistische ballet-episoden heeft de choreograaf ganselijk vrije hand gehad.

CREDITS

muziek
Christoph Willibald Gluck
libretto
Raniero de’ Calzabigi
dirigent
Charles Bruck
regie
Abraham van der Vies
decor/kostuums
Nicolaas Wijnberg
choreografie
Max Dooyes
cast
Kathleen Ferrier (Orfeo), Greet Koeman (Euridice), Nel Duval (Amor)