Jenůfa

De Nederlandsche Opera

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Leoš Janáček was een ijverig verzamelaar van Slavische volksmuziek, waaruit hij ook voor zijn eigen werk putte. Zijn opera Jenufa, die hij in het begin van deze eeuw schreeuw en die voor het eerst in 1916 te Brno werd opgevoerd, was een van de eerste opera’s op prozatekst, een experiment dat ten doel had het gezongen woord nauwer bij het gesproken woord te doen aansluit en het grotere beweeglijkheid te geven, zonder aan het melodieuze karakter van zang en muziek afbreuk te doen.
In de tijd dat Jenufa ontstond, beluisterde Janéček nauwlettend de gesprekken van de mensen die hij ontmoette. Hij bestudeerde hun gezichten, hun gebaren, en zag dat er een verband bestond tussen dat alles en de stemmingen, de gevoelens en de gemoedsbewegingen van de mens. Door zijn taal geeft de mens uiting aan wat hem innerlijk bezighoudt. Maar van belang is niet alleen de letterlijke betekenis van de woorden die hij spreekt, doch ook de toon, het tempo en de klank van zijn stem. Van deze melodie van het gesproken woord uitgaande heeft Janáček zijn opera geschreven.
Voor de tekst van Jenufa maakte Janéček gebruik van het gelijknamige toneelstuk van Gabriele Preiss, dat hij sterk bekortte. Het drama speelt in een bergdorp in Moravië. Het is een volksstuk een spel van liefde, afgunst, moord, boete en verzoening.

CREDITS

muziek
Leos Janáček
vertaling
Theun de Vries, Th.A. Eekman
libretto
Gabriele Preiss
dirigent
Paul Pella
regie
Abraham van der Vies
decor/kostuums
Hans van Norden
choreografie
Jan Rebel
cast
Frans Vroons (Laca), Jan van Mantgem (Števa), Lidy van der Veen (Kosteres), Gré Brouwenstijn (Jenůfa), Jo van de Meent, Corry van Beckum, Nel Duval, Gerard Groot, Anny Delorie, Cora Canne Meijer, Ans Keman, Karla Sondaar