Blog

Interview met Keiichiro Shibuya

Door: Ralph-Hermen Huiskamp

05.6.2015

Shibuya8 Diederick Bulstra‘Eigenlijk heet ik Keiichiro’, mompelt het Japanse brein achter de ongelooflijk vernieuwende opera The End verlegen. “Maar ik weet dat dat heel moeilijk is voor Europeanen. Shibuya is dus ook prima, dat is al makkelijker niet?’ De Nederlandse kapper vindt het nog steeds een tongbreker. ‘Siboeya? Sihyba? Shiyabu? Weet je. Ik noem je vanaf nu gewoon Sie. Dat vindt je niet erg toch, Sie?’

Het is de middag voor de Nederlandse première van The End. De opera waar geen mensen aan te pas komen, en alleen een geanimeerde Japanse zangeres op metershoge schermen te zien is. Zelfs haar stem is niet ingezongen, maar komt voort uit duizenden regels codes. Een computerstem dus. Vanmiddag is er nog een generale repetitie. Dat gaat dan dus niet om de laatste puntjes op de i te zetten qua acteren en regie, maar vooral om de apparatuur. ‘Het is volgens mij al wel 20 jaar geleden dat de speakers in deze zaal echt hebben moeten werken, omdat er vooral klassiek te horen is zijn de speakers een beetje roestig,” vertelt Shibuya terwijl zijn wenkbrauwen nog wat geaccentueerd worden en het bescheiden plukje op zijn kin nog wat zwarter geschminkt wordt. “We zijn al drie dagen bezig om echt de herrie eruit te krijgen die ik wil, maar het begint ergens op te lijken.”

Shibuya10 Diederick BulstraHet lijkt ondertussen een beetje op een sketch, in de kleedkamer van de Japanse sterproducer. Omdat mijn Japans, meer nog dan de speakers in de zaal van de Nationale Opera & Ballet, wat roestig is, is er een tolk aangeschoven in het kleine kleedkamertje. Daarnaast is er een personal assistant, die het iedereen zo gemakkelijk mogelijk probeert te maken, en een manager die vooral heel veel heen en weer loopt. En dan is er nog mijn fotograaf, die zich in onmogelijke hoeken wringt voor de mooiste plaatjes, en natuurlijk de kapper/visagist die onverstoorbaar Shibuya meer en meer  van een goth-punklook voorziet. En ik ben er natuurlijk. De zweterige journalist die een vraag stelt, dan hoopvol naar de tolk kijkt en bij de vertaalde antwoorden niet weet of hij nou begrijpelijk moet knikken naar de tolk, of naar de componist. En hoe kort de vraag ook is, in het Japans klinkt het alsof de vraag een paar pagina’s beslaat. Hetzelfde geldt voor antwoorden. Een aantal keer steekt Shibuya een lang verhaal af en blijkt het in het Engels neer te komen op een vrij kort antwoord.

Desondanks vertelt Shibuya honderd uit over onder andere zijn ideaal, dat de zaal gevuld is met alle leeftijden en bevolkingsgroepen, en van die keer  in Parijs dat al die verschillende groepen nog een uur naar de opera met elkaar bleven napraten. Dat de speciale schermen voor de voorstelling zijn ingevlogen uit Japan, en hoe hij expres voor opera gekozen heeft, om zo ook oudere mensen kennis te laten maken met de Japanse tekenstijl, en dat hij juist de jonge manga liefhebber via de voor hun aantrekkelijke moderne technieken weer bewondering laat krijgen voor 19e-eeuwse opera, waar het echt om schoonheid draaide. En hij laat beelden zien van zijn nieuwe opera, die gezongen wordt door levensechte robots. Eng bijna, zeker als hij giechelend een paar bloedmooie vrouwelijke robotbenen laat zien, waar aan de bovenkant de apparatuur nog uitsteekt.

Shibuya4 Diederick BulstraHoewel de Japanner niet de makkelijkste prater is - wellicht door het ongemak van de taal - is duidelijk dat hij het abstracte concept achter de opera moeiteloos vertaalt naar concrete doelen. Maar toch, op een of andere manier is het het meest boeiend om te zien hoe totaal ontspannen Shibuya zijn bescheiden make-over ondergaat. Hij geeft ondertussen nog wat tips. ‘Iets meer schaduwen nog op mijn wangen. En ja, achterop mag het wel een beetje opgeknipt worden.’ Niet wat je verwacht van een componist van een virtuele opera. Of juist wel... alles is immers maakbaar, en het mag allemaal best om schoonheid draaien.

Vlak voordat we weggaan roept de inmiddels compleet opgedofte componist ons nog in zijn beste, charmante Engels achterna. ‘Jullie komen toch wel naar de afterparty he? Ik ga DJ-en. Techno, hele harde. Amsterdam-style!’

Foto's: Diederick Bulstra

The End, Keiichiro Shibuya & Hatsune Miku, donderdag 4 en vrijdag 5 juni om 20.30 uur, Nationale Opera & Ballet. 

HF BLOG