Blog

Alexandr Dovzjenko - portret van een gemangeld leven

Door: Jos van der Burg

21.6.2016

Zemlja - Aleksandr Dovzjenko

Hoe was het mogelijk dat iemand Zemlja kon prijzen? Stalins invloedrijke hofdichter, schrijver en criticus Demyan Bedny sabelde in 1930 de film meedogenloos neer. Zemlja was een ‘contrarevolutionaire obsceniteit’ en filmmaker Alexandr Dovzjenko ‘een pantheïst, bioloog, Spinoza-aanhanger en nationalistische bourgeois.’ In die tijd belandden kunstenaars om minder zware beschuldigingen in kampen, of erger, vonden als klassenvijand de dood. Dat Dovzjenko Stalin overleefde en in 1956 op 62-jarige leeftijd een voortijdige, maar natuurlijke dood (hartaanval) stierf, is te danken aan de dubbelhartige relatie die de Grote Leider met hem had. Stalin leek soms voorgoed af te willen rekenen met Dovzjenko, maar zag ook zijn fabelachtige talent dat hij wilde inzetten in zijn propagandamachine. Het leidde tot een kat-en-muisspel, waarin Dovzjenko klem zat tussen artistieke integriteit en Stalins propagandadoelen. Alleen zijn eerste films maakte de Oekraïner eind jaren twintig in relatief grote vrijheid, omdat Stalin toen nog niet de absolute macht had. Het is veelbetekenend dat Zemlja Dovzjenko’s vierde speelfilm in vijf jaar was, maar dat hij voor zijn volgende vier films met Stalins hete adem in de nek bijna twintig jaar nodig had. 

DILEMMA
De in 1894 geboren Dovzjenko was het zevende kind in een veertien kinderen tellend boerengezin in het dorpje Sosnytsia in Oekraïne. Slechts twee van de kinderen, Alexandr en een zus, haalden de volwassen leeftijd. Dovzjenko’s ouders waren ongeletterd, maar zijn opa, die kon lezen en schrijven, stimuleerde Alexandr om te gaan studeren. Hij werd onderwijzer, maar dat beviel slecht. Hij studeerde een blauwe maandag economie, waarna hij de overstap maakte naar de kunstacademie in Kiev. Na het uitbreken van de Russische Revolutie en de erop volgende burgeroorlog stond de toen 23-jarige Dovzjenko voor een dilemma: hij was communist, maar ook een nationalist. Omdat hij niet wilde dat Russische revolutionairen het in Oekraïne voor het zeggen zouden krijgen, vocht hij met een revolutionaire Oekraïense groep tegen het Russische Rode Leger. Na de overwinning van het Rode Leger maakte hij een draai en sloot hij zich aan bij de Oekraïense Communistische Partij, die onder toezicht stond van ‘Moskou’. Dovzjenko werkte een paar jaar als diplomaat in Warschau en Berlijn. Na zijn terugkeer in Oekraïne was hij actief als illustrator en journalist, waarna hij als filmmaker zijn definitieve bestemming vond. 

INLEVINGSVERMOGEN
Dovzjenko maakte na twee korte films in 1927 zijn speelfilmdebuut met de thriller Sumka dipkuryera (Diplomatentas), waarin een Russische communistische diplomaat in Londen het leven onmogelijk wordt gemaakt door de Britse geheime dienst. Dat met hem een groot lyrisch talent was opgestaan, liet hij erna zien met Zvenigora en Arsenal, de eerste twee films van zijn Oekraïne-trilogie. Zvenigora brengt zowel een hommage aan de Oekraïense plattelandstraditie en folklore als aan de communistische industriële vooruitgang. In Dovzjenko’s meest avantgardistische drama Arsenal keert een Oekraïense soldaat uit de Eerste Wereldoorlog terug naar het door burgeroorlog verscheurde Kiev. De film is een associatieve beeldenreeks over oorlogsgruwelen en ellende van de Oekraïense bevolking. De vage conclusie dat de redding in het communisme ligt, wordt overschaduwd door een pleidooi voor menselijkheid. Met Zemlja (Aarde), de derde film van de trilogie, maakte Dovzjenko zijn meesterwerk. De film toont zijn verbluffende visuele talent, maar
ook zijn grote inlevingsvermogen en mededogen. Met Zemlja verbindt Dovzjenko de Oekraïense plattelandscultuur met de nieuwe tijd, lees: de landbouwcollectivisatie. Voor Stalin ging de film, waarin een communistische boerenleider door een rijke boer wordt vermoord, niet ver genoeg. Hij wilde een film over wat hij noemde ‘de liquidatie van de koelakken als klasse’. De koelakken waren de rijkere boeren. Dat in Zemlja de plattelandsarbeiders de rijke boeren niet uitroeien, maakte de film onbruikbaar als propaganda voor Stalins meedogenloze beleid: de deportatie van alle landbezittende boeren. Tussen 1929 en 1932 werden bijna twee miljoen Oekraïense boeren gedeporteerd naar Siberië en de Aziatische Sovjetrepublieken. Het leidde tot een gruwelijke hongersnood, die tussen de 2,5 en 4 miljoen Oekraïners het leven kostte. Dat Zemlja geen simpele propagandafilm is, kostte Dovzjenko zijn baan als leraar aan het Filminstituut in Kiev. Ook zijn vader werd gestraft. De man werd ontslagen door het landbouwcollectief waarin hij werkte. Dovzjenko wachtte meer ellende niet af en vertrok naar Europa. Hij onderzocht de mogelijkheden van emigratie, maar keerde na een paar maanden terug naar Oekraïne. 

Aleksandr Dovzjenko - Zemlja

DOODZONDE
Na Zemlja hing Dovzjenko’s filmcarrière aan een zijden draadje. Om zijn loyaliteit aan Stalin te bewijzen, vestigde hij zich in Moskou. Het hielp, want hij kreeg de opdracht om een speelfilm te maken over de bouw van een waterkrachtcentrale in de Dnjepr in Oekraïne. Het leverde met Ivan (1932) een film op waarover Stalin tevreden kon zijn. Het didactische drama portretteert een boerenknul, die door zijn werk aan de dam in een socialistische modelarbeider verandert en uiteindelijk op de universiteit belandt. De lyrische beelden van de Dnjepr, tussen de verplichte lofzang op de socialistische industriële arbeid door, laten zien dat Ivan zonder verplichte propaganda net zo’n meesterwerk als Zemlja had kunnen zijn. Dat geldt ook voor de drie speelfilms die Dovzjenko hierna nog maakte. In Aerograd (1935) spoort een frisse Sovjetheld een Japanse spion op en liquideert hem. Shchors (1939) portretteert de in de burgeroorlog omgekomen Oekraïense Rode Legeraanvoerder Nikolai Shchors. Verstijfd door angst voor Stalin was Dovzjenko drie keer opnieuw aan de film begonnen, telkens met een nieuwe hoofdpersoon. Dat hij er de prestigieuze Stalinprijs voor kreeg, bewijst dat Stalin, die zich uitvoerig met de film had bemoeid, tevreden was over het resultaat. De tevredenheid duurde niet lang, want Dovzjenko’s script in 1943 van de oorlogsdocumentaire Bitva za nashu Sovetskuyu Ukrainu (De slag om onze Sovjet-Oekraïne) bracht hem in grote problemen. Dovzjenko werd op het matje geroepen bij Stalin, waarbij ook Nikita Chroesjtsjov aanwezig was. Volgens de memoires van Chroesjtsjov, Stalins opvolger, beschuldigde Stalin Dovzjenko van ‘Oekraïens nationalisme’ – een doodzonde – en hing zijn artistieke leven op dat moment aan een zijden draadje. 

COMMUNISTISCHE CENSUUR
Toch werd de filmmaker weer in genade aangenomen. Zes jaar later maakte hij met Michurin (1949) een biopic over Ivan Michurin, een wetenschapper in de plantengenetica. Maar ook deze productie ging met veel politieke bemoeienis gepaard. Zijn filmloopbaan kwam een jaar later definitief tot een einde toen Stalin Dovzjenko’s Koude Oorlogskomedie Proshchay, Amerika! (Goodbye America) halverwege de opnamen zonder verklaring stopte. Hierin loopt een Amerikaanse ambassademedewerkster in Moskou over naar het paradijselijke Rusland. Ook na Stalins dood zou Dovzjenko geen film meer maken. Zijn voorstellen bleven steken bij de communistische censuur en bureaucratie. Toen in 1956 eindelijk weer een script van hem werd goedgekeurd, Poema o more (Gedicht over een binnenzee), overleed Dovzjenko kort voor het begin van de opnamen. Dovzjenko’s eerdere verzoek aan Stalin om in Oekraïne begraven te worden, werd door de Russische partijleiding niet ingewilligd. De filmmaker, die zich altijd Oekraïner had gevoeld, werd begraven in Moskou. Zelfs in de dood gunde men hem geen vrijheid.

Foto's: stills uit Zemlja

Alexandr Dovzjenko's Zemlja wordt tijdens Holland Festival getoond met livemuziek van en door DakhaBrakha.
21 juni - Muziekgebouw aan 't IJ
Meer info en tickets

HF BLOG